Felle Discussies, maar Tweede Kamer blijft BTW-verhogingen steunen ondanks Kritiek
Het debat over het Belastingplan 2025 in de Tweede Kamer leidde tot flinke discussies, met name over de geplande verhoging van het btw-tarief voor sectoren zoals cultuur, boeken, sport en hotelovernachtingen. Het voorstel om het verlaagde btw-tarief van 9% naar 21% te verhogen, kreeg hevige kritiek van de oppositie, die benadrukte dat deze maatregel aanzienlijke maatschappelijke gevolgen zou kunnen hebben. Zo stelde D66-Kamerlid Hans Vijlbrief dat deze stijging een negatieve impact zou kunnen hebben op leesvaardigheid en volksgezondheid en bovendien de ongelijkheid in inkomen zou vergroten.
Vijlbrief voerde aan dat de regering “de verkeerde groepen” belast en pleitte voor alternatieven, zoals extra belastingen op producten die schadelijk zijn voor de gezondheid, zoals e-sigaretten en suikerrijke dranken. Zijn pleidooi vond echter geen gehoor bij de regeringspartijen. Minister Heinen van Financiën verdedigde de verhoging door te benadrukken dat deze nodig is om het belastingstelsel te vereenvoudigen en belastingdruk te verschuiven van arbeid naar consumptie. Volgens Heinen profiteren ook hogere-inkomensgroepen van het verlaagde tarief, wat volgens hem niet de bedoeling is.
De minister kreeg echter kritiek op de inconsistentie in het voorstel; musea vallen bijvoorbeeld onder het hoge tarief, terwijl pretparken buiten schot blijven. Dit soort tegenstrijdigheden roept vragen op over de logica achter de plannen. In de Eerste Kamer lijkt de steun voor het Belastingplan onzeker: D66 en het CDA hebben zich kritisch uitgelaten, en omdat de coalitie daar geen meerderheid heeft, is de uitkomst onzeker. Mocht het Belastingplan in de Eerste Kamer worden verworpen, dan sneuvelen mogelijk ook andere maatregelen, zoals het plan om de accijnsverhoging op benzine te bevriezen. De komende weken wordt het spannend: de Tweede Kamer stemt binnenkort over het plan, maar of de btw-verhoging uiteindelijk in wetgeving wordt omgezet, blijft voorlopig een open vraag.
Bron: Accountancy Vanmorgen (8 november 2024)
Hof Amsterdam Bevestigt Nihil Rendement bij Groot Verlies op Crypto valuta in Box 3

In een belangrijke uitspraak heeft het gerechtshof Amsterdam bepaald dat een belastingplichtige die een groot verlies leed op cryptovaluta het werkelijk rendement op haar box 3-bezittingen voor het jaar 2018 tot nihil kan laten verlagen. De vrouw, wiens box 3-portefeuille cryptovaluta bevatte die in waarde daalde van € 154.016 op 1 januari 2018 naar € 5.987 op 1 januari 2019, beweerde dat het werkelijke rendement op haar vermogen negatief was. De rechtbank Noord-Holland had eerder al in haar voordeel beslist, en het hof bevestigde deze uitspraak grotendeels.
De inspecteur had beroep aangetekend, maar het hof besloot dat de termijnoverschrijding door de Belastingdienst in dit geval verschoonbaar was, omdat de rechtbank geen melding had gedaan van de uitspraak. Dit maakte dat de zaak opnieuw werd beoordeeld, waarbij het hof oordeelde dat de vrouw, door duidelijke overzichten van haar cryptoportefeuille te overleggen, aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zodanig verlies leed dat het rendement voor 2018 nihil was.
Verder stelde het hof dat inflatie geen invloed mag hebben op het werkelijk rendement, in lijn met een uitspraak van de Hoge Raad. Deze beslissing bevestigt dat voor de belastingheffing in box 3 enkel het nominale rendement meetelt. De uitspraak geeft aan dat crypto-investeerders bij aanzienlijke verliezen minder belasting hoeven te betalen, omdat het belastbaar inkomen in zo’n geval tot nihil kan worden verlaagd. Deze zaak onderstreept het belang van nauwkeurige administratie en documentatie voor beleggers in volatiele markten, zoals cryptovaluta. Naast het fiscale voordeel kende het hof de vrouw ook een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toe vanwege de lange behandelduur van de zaak.
Bron: Accountancy Vanmorgen (5 november 2024)
Belastingdienst Introduceert Nieuw Handhavingskader voor Zzp-constructies
De Belastingdienst heeft recentelijk de nieuwe handhavingsrichtlijnen voor zzp-constructies gepubliceerd, die per 1 januari 2025 van kracht worden. De Belastingdienst wil met het “Toelichting Beoordeling arbeidsrelaties – Beslis- en afwegingskader” verduidelijken wanneer een arbeidsrelatie als een dienstverband moet worden beschouwd, om zo de wet DBA effectiever te handhaven. De aangekondigde regels hebben al zorgen opgeroepen bij zelfstandigen en opdrachtgevers, omdat zij vrezen dat de Belastingdienst strenger gaat optreden tegen zzp-constructies die mogelijk als schijnzelfstandigheid worden gezien.
Het besliskader gaat in op drie basiscriteria voor een arbeidsovereenkomst: gezag, arbeid en loon. Als een opdrachtgever duidelijke aanwijzingen kan geven aan de zzp’er, en de zzp’er in ruil voor beloning arbeid verricht, kan er sprake zijn van een dienstverband. Daarnaast wordt ook gekeken naar de “inbedding” van de zelfstandige in de organisatie van de opdrachtgever: als de werkzaamheden een essentieel onderdeel vormen van de bedrijfsvoering, is de kans groter dat de Belastingdienst de relatie als dienstverband ziet.
Het kader bevat negen specifieke beoordelingscriteria, waaronder de duur van de samenwerking, de mate van vrijheid in werktijden en locatiekeuze, de mogelijkheid om vervanging te regelen, en de wijze van beloning. Hoe meer zeggenschap de zzp’er heeft over deze aspecten, hoe kleiner de kans dat er sprake is van een dienstverband. Daarnaast speelt de hoogte van de vergoeding een rol: hoe hoger de beloning van de zzp’er ten opzichte van vergelijkbaar personeel, hoe groter de kans dat de relatie als zzp-constructie wordt erkend. Dit nieuwe kader, gebaseerd op eerdere rechtspraak en het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad, zal zelfstandigen en opdrachtgevers wellicht dwingen om hun samenwerking aan te passen om risico’s te vermijden.
Bron: DeZZP.nl
Verbeterde Verzekerbaarheid voor Zzp’ers met ADHD – Groeiende Toegankelijkheid met Bijzondere Voorwaarden
Zelfstandigen met een ADHD-diagnose ondervinden in 2024 aanzienlijk minder obstakels bij het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering dan tien jaar geleden. In 2014 was een vangnetverzekering de enige optie voor deze groep, waarbij de verzekeraar geen medische beoordeling uitvoert. Nu is het echter gebruikelijk dat reguliere verzekeraars aanvragen van zelfstandigen met ADHD overwegen, al zijn er vaak bijzondere voorwaarden van toepassing.
Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars, verklaarde in het consumentenprogramma Kassa dat de verzekerbaarheid van deze doelgroep sterk is verbeterd. Volgens Weurding hebben mensen met ADHD weliswaar een hogere kans op verzuim, vooral op de lange termijn, maar de sector werkt met medische adviseurs en herverzekeraars aan steeds nauwkeurigere risico-inschattingen. Het Verbond heeft afgelopen jaar bovendien een expertsessie gehouden met de patiëntenvereniging Impuls & Woortblind om te bespreken of nieuwe inzichten kunnen bijdragen aan verdere verbetering in de verzekerbaarheid.
Op basis van deze gesprekken en onderzoeksresultaten is besloten om de dialoog voort te zetten, met het doel om ook deze groep een passend verzekeringsaanbod te blijven bieden. Vooruitlopend op deze inspanningen hebben sociale partners en het kabinet inmiddels besloten dat een verplichte basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid zal worden ingevoerd. Deze basisverzekering, die onafhankelijk van leeftijd en gezondheidstoestand toegankelijk moet zijn, zal een einde maken aan de uitsluiting van zelfstandigen met gezondheidsproblemen. Volgens Weurding betekent deze stap dat iedereen, ongeacht een medische diagnose zoals ADHD, aanspraak kan maken op een verzekering zonder dat risicoselectie daarbij een rol speelt. Dit is een belangrijke stap om financiële zekerheid voor alle zelfstandigen te waarborgen, ongeacht hun gezondheidssituatie.
Bron: Verzekeraars.nl